In de 17e eeuw werden er al “kolonies” gesticht in Azië door Hollanders, Portugezen, Engelsen en Fransen. Deze kolonies waren meer handelsposten dan echte kolonies. Ze werden vooral gebruikt voor het handelen in specerijen, koffie, thee en katoen.
Pas in de 19e eeuw veranderde het. Toen de VOC werd opgeheven, kwam Indonesië onder de Nederlandse regering te vallen. Toen werd ook de naam veranderd en heette Indonesië Nederlands-Indië. Er kwamen ambtenaren samen met een gouverneur uit Nederland en werden daar de baas. Zij beslisten veel dingen voor de economie. Zo besloten zij dat de boeren uit Indonesië een deel van hun suiker, koffie en tabak moesten afstaan voor de handel van Nederland. Tussen 1850 en 1860 kwam ⅓ van de omzet uit Indonesië. Hiervan werden veel spoorwegen aangelegd.

Handelspost op het eilandje Hirado in Thailand Bron ↑

Flag Britse Oost-Indische Compagnie Bron ↑
Ongeveer in dezelfde periode nam Groot-Brittannië India over. Groot-Brittannië was lid van de OIC net als Nederland lid was van de VOC. De OIC werd opgeheven en toen werd ook India een kolonie, een kolonie van Groot-Brittannië.
In 1887 veroverde Frankrijk de kolonie Frans Indo-China, dit lag op de plek waar tegenwoordig de landen Laos, Cambodja en Vietnam liggen. Er werd veel rijst en rubber vandaan gehaald, maar ook veel spullen uit fabrieken uit Frankrijk werden in Frans Indo-China verkocht. Ook kwamen er dankzij Frankrijk wegen, spoorwegen, havens en plantages.